Een internationaal netwerk

samen werken & samen onderzoeken

Space for Grace werd niet alleen in België gelanceerd. In Duitsland werd Raüme des Glaubens opgestart. In Nederland heet het pilootproject ook Space for Grace.

De Duitse Bonifatiusstichting sloeg de handen in elkaar met ZAP, het Studiecentrum voor Toegepaste Pastoraal van de Ruhr-Universiteit Bochum. Professor Matthias Sellmann, die aan dit kenniscentrum verbonden is, bood voor Space for Grace een meer dan bruikbaar ecclesiologisch kader in zijn artikel Seven Characteristics of a Future-proof Parish. Het verscheen in Envisioning Futures for the Catholic Church, uitgegeven door Staf Hellemans & Peter Jonkers van The Council for Research in Values and Philosophy (2018). Het artikel werd in januari 2021 vertaald in samenwerking met UCSIA en door het IPB uitgegeven bij Halewijn.

Porticus Nederland ging voor de learning communities in zee met Hoe dan wel, een firma die mensen en organisaties ondersteunt om hun idealen te verwezenlijken door middel van ondernemerschap, door concrete en strategische stappen te zetten, met een helder en haalbaar verdienmodel, door gewoon te beginnen. Het wetenschappelijke luik van het Space for Grace-programma wordt verzorgd door het Kaski, hèt expertisecentrum over religie en samenleving in Nederland. Vanuit een jarenlange ervaring ­– als één van de oudste sociaal-wetenschappelijke instituten– hebben ze veel deskundigheid opgebouwd over de Nederlandse kerk, geloof, religie en samenleving. Het Kaski is onderdeel van de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen.

In de werkgroep Monitoring en Evaluation wisselen Veronika Eufinger en Miriam Zimmer (Zap), Ton Bernts en Renée Wagenvoorde (KASKI) in een tweemaandelijks overleg hun bevindingen uit met Prof. Wim Vandewiele, die vanuit het Academisch Centrum Praktische Theologie van de KULeuven het wetenschappelijk onderzoek voor Vlaanderen leidt. Een aantal representatieve personen (bisschoppen, vicarissen, beleidsmedewerkers en pastoraal vrijgestelden) lieten hun ideeën los over vitalisering en innovatie, over professionalisering en katholieke identiteit, over kansen en obstakels binnen de kerk en in de brede maatschappij. Zij vormen het referentiepunt waaraan geselecteerde projecten worden afgetoetst, zowel aan het begin van de projectsubsidie, als na enkele jaren, als de innovatieve werking geïmplementeerd is op het pastorale werkveld.