Vertrekken doe je van thuis uit

Vertrekken doe je altijd van thuis uit. Daar krijg je de instemming om have en goed tijdelijk los te laten en op bezoek te gaan bij de projectgroepen voor wie je werkt. Thuis krijg je de ‘zegen’ om te vertrekken.

Op professioneel vlak is die ‘thuis’ de Pastorale Eenheid St.-Jozef Hamont-Achel, waar op 1 oktober een pastoorswissel zal gebeuren. Pastoor Thieu wordt pastoor-deken in Beringen. Pastoor Innocent steekt vanuit Neerpelt het kanaal over om pastoor-moderator te worden in Hamont-Achel. Voorbije zondag is met de aanstelling van deken Jan ook het nieuwe dekenaat Pelt officieel in werking getreden. Voor 25% aangesteld als parochie-assistent en als lid van het Team van Pastorale Eenheid vernieuwde ik mijn engagement. Er was altijd wel een hoedanigheid waarin elk van de aanwezigen werd uitgenodigd hetzelfde te doen.

Een lied als zegen

Het communielied uit de aanstellingsviering formuleerde met gezongen woorden wat ik persoonlijk als een reiszegen opvatte, én een opdracht.

Tracing Grace 2.0 vertrok dus eigenlijk vanop het dekenale team. Een oud-collega die ik had uitgenodigd een dag met mij mee te fietsen als buddy, had niet gereageerd op mijn vraag, maar verscheen plots aan de statige dekenij, om me een goede tocht te wensen. Het aaneen rijgen van deugddoende ontmoetingen was begonnen!

Op de cover

Op een vergadering van de pastores van Noord-Limburg hoort het Hasseltse bisdomblad Samen thuis. Zelf aanwezig met hoogstens een pen en een notitieschrift door te beknibbelen op mijn bagage, valt mij oog op de cover van het exemplaar dat mijn buurman aan de vergadertafel voor zich heeft liggen.

Ik herken het citaat van Paus Franciscus, dat gebruikt werd om de derde projectoproep te lanceren. Op pagina negen staat het volledige artikel. Het is een nieuw signaal dat Space for Grace op kruissnelheid komt.

De druilerigheid van de namiddag stimuleert niet echt om de vergadering te verlaten, maar deken Luc had gevraagd op tijd in Genk te zijn. Compagnon de route Addy heeft zich al gemeld, en zal een groepsfoto maken, als getuige van de echte start. Dat de foto-applicatie op mijn pas in gebruik genomen fairphone nog niet volledig verkend is, blijkt uit de willekeurige gekozen focus op enkelen uit het gezelschap. Ik kan het beter nu al ontdekken, dan aan het eind van mijn hele traject.

De eerste tussenstop

De enkele druppels regen zijn snel opgedroogd als we een stuk oude spoorlijn volgen tot in Helchteren. Als we na de eerste 25 km even halthouden, ontdek ik tussen het brood van mijn picknick een supporterssignaal, .

Het voornemen om -zoals de vorige keer- onderweg mensen aan te spreken, vraagt een vorm van discipline: time-management. Maar dan best in combinatie met distance-management. In de combinatie van ‘beschikbare tijd’ en ‘nog af te leggen afstand’ is de verleiding om ‘te snel’ mijn verhaal te doen en ‘te snel’ Space for Grace, Tracing Grace en Amazing Grace aan elkaar te koppelen erg groot.

Wat een mens soms meedraagt

Tussen Kelchterhoef en Hengelhoef wandelt een man voor ons uit. Met vraag of we goed zitten ‘richting Hengelhoef’ wil ik het snelheidsrisico om mijn verhaal te doen verkleinen, maar nu brengt het ons verder weg. De logica van de knooppunten is er immers niet één van recht toe recht aan. “Hengelhoef langs de kortste weg? Dat is de andere kant uit.” “Maar we willen de knooppunten volgen!” Soit. “Of hij hier vaker komt wandelen?” Dat geeft weer perspectief op een inhoudelijk gesprek. Vanuit Calabrië, de tenen van de Italiaanse laars, kwam B. S. veertig en zoveel jaar geleden naar België om bij Ford te komen werken. Hun zoon bleek zwaar autistisch te zijn. Als kostwinner vertrouwde B. de opvoeding toe aan zijn vrouw. Die wilde haar moederrol vervullen door de jongen alles te geven waar hij naar vroeg. Maar diens agressieve buien, wellicht uit onmacht en botsend met zijn gesteldheid, maakten het thuisblijven onhoudbaar. Ze zochten voor hem een weg via St.-Elisabeth Wijchmaal en KIDS Hasselt. Ter Heide Zonhoven werd de definitieve ankerplaats. In zijn ijver de kost te verdienen, vervreemde hij van zijn vrouw en het Nederlands niet voldoende machtig, verdronk de man in de mogelijkheden die onze sociale zekerheid voorziet om in dit soort situaties tegemoet te komen. Een scheiding, juridische uitspraken over domicilie en hoederecht in de rechtbanken van Hasselt, Tongeren en zelfs Antwerpen maakte hem fundamenteel wantrouwig ten opzichte van politie en justitie. Aangedaan door zijn verhaal in een moeilijk Nederlands, waardoor hij ons aan zijn lippen doet hangen, beloof ik een kaarsje voor hem te branden. Dan komt zijn argwaan ten opzichte van de samenleving pas helemaal boven, alsof mijn volgende woord gaat zijn dat hij daar dus zijn portefeuille voor boven moet halen…

Genk St.-Martinus

Ook Addy voelde het verhaal aan als een verhaal van diepe eenzaamheid. En al was er geen enkele aanleiding om een persoonlijke link te (laten) leggen met Amazing Grace, het opsteken van een lichtje voor B. brengt -God weet hoe- misschien dan toch nog ooit voor hem een ervaring van Amazing Grace. De ontmoeting zindert nog even na als we, parallel met de snelweg, door de Haagdoornheide fietsen.

De hele tocht verloopt voorspoedig. De brug die het voormalige RVT Herfstvreugde met het Molenvijverpark verbindt, is het signaal dat we onze bestemming bereiken.

Deken Luc herkent het IPB-logo op ons T-shirt en laat ons binnen in zijn ruime woonst. Ik mag de bisschopskamer betrekken. Een twijfelaar met bijbehorende nachtkastjes behoort tot het erfgoed van het huis. We maken kennis met de huisgenoten, waaronder Gianluca, die aan zijn stagejaar begint en volgende zomer tot diaken gewijd zal worden.

Tegen half acht worden we boven op de berg verwacht. Vrijwilligers van Zoekpunt staan me er al op te wachten. Om half acht speelt de beiaard Amazing Grace. Het is vandaag bevrijdingsdag van Genk, en de stedelijke beiaardiers zijn van dienst. Het was geen enkel probleem om dit nummer aan het concert toe te voegen. Deken Luc geeft me zijn telefoon om de beiaardierster persoonlijk te bedanken. Ze koos er voor om Amazing Grace in fade out te eindigen, als slaapliedje voor de kinderen van de stad.

Zoekpunt beklijft

In de goed benutte kelder van de Genkse St.-Martinuskerk zijn vergaderlokalen ingericht. Ook de vormselcatechese vindt er plaats. Ik mag er de vrijwilligers ontmoeten en luisteren naar hun meest beklijvende ervaringen, die ze in hun winkelpand op de drukste winkel-as van Genk meemaakten. Van de kleinste opening na de eerste lockdown in 2020 werd gebruik gemaakt om het initiatief op te starten. Mensen nabij te zijn met een luisterend oor en een aanbod te doen van betekenisvolle geschenkjes. Je wordt er levensbeschouwelijk geprikkeld, door de inrichting van de etalage en de voorraad aan ‘kaartjes en kaarsjes’.

De inhaalbeweging van Eerste Communievieringen is nog volop bezig. Voor de winkeldeur staat dus een bak met wenskaartjes voor communicanten en vormeling, waaruit je een keuze kan maken. Het project werd in de eerste ronde al goedgekeurd, omdat het een eigentijdse invulling is van ‘naar de mensen toe’ te gaan, vanuit de ‘vreugde van het Evangelie’. Letterlijk en figuurlijk is Zoekpunt veel toegankelijker dan de dekenale kerk op de heuvel. In het dal van de mensen, waar ze als schichtige mieren hun inkopen verzamelen, is Zoekpunt aanwezig! Vanuit een concrete interesse binnengestapt, ontstaat er met de vrijwilligers nogal snel een gesprek over de moeilijke bevalling, het ziekteproces of de levendigheid van de persoon voor wie het geschenkje bedoeld is. “De ernst waarmee mensen een kaartje uitkiezen voor ‘hun communicant’, spreekt aan”, vertelde Myriam. “De verwondering over dat het winkeltje er is, doet bezoekers al anders kijken”, vult Jaak aan. En Maria vertelt over de zoon die het ouderlijk huis gaat verlaten en gepaste woorden zoekt om zijn ouders te bedanken. Een tiental vrijwilligers zette de stap om effectief ingeschakeld te worden in de werking van Zoekpunt. “Een twaalftal andere mensen paste voor dat engagement, maar nu Zoekpunt uit de startblokken is, zijn ze misschien toch nog op een andere manier aanspreekbaar.” Deken Luc steekt de erkenning voor zijn vrijwilligers niet onder (bid)stoelen of (kerk)banken. (Dit kerkelijk woordspelletje was even sterker dan mezelf.) In de zomer werd er voor elke dag een ander aanbod gedaan: een bezinnende wandeling, een leestip voor een goed boek, een toeristische rondgang in een open kerk of een ontbijtje.

De estafette van symbolische geschenken

De kwakkelzomer van 2021 verklaart wellicht waarom vorige zomer de respons groter was, maar het belet de dekenaal secretaris Astrid niet om kritisch te blijven bevragen om nieuwe en betere voorstellen op tafel te leggen. Zij vormt in haar permanentie en ondersteuning de ruggengraat van de vrijwilligerswerking én van Zoekpunt. “We zouden een praathoek kunnen inrichten, de eerste zaterdag van de maand - ik zeg maar wat- om over een open thema een goed gesprek te houden”, laat Jaak zich ontvallen. Myriam en Kristien dromen dat “de spontaneïteit van Zoekpunt nog verder groeit” en dat mensen “steeds beter om kunnen met de gedachte dat ze in Zoekpunt niet ‘moeten’ kopen”.

In dankbaarheid wordt het geschenk van Kleine Brogel ontvangen en de boodschap die er bij hoort beluisterd. Een mok van Zoekpunt mag met mij mee op weg naar Xenner.

Een glas op de gezondheid en een kaarsje voor ‘de intenties van de dag’ zetten de avond neer. Op het terras van deken Luc proeven we nog even van diens open visie en zijn geworteld-zijn in deze tijd. Als ‘van de jongsten’ in de dekenvergadering heeft hij ons inziens meer dan recht van spreken.

Genk Ge(de)nkt

Na het gezamenlijk getijdengebed in de woonkamer van de dekenij en een ontbijt met muziek bezoeken we het winkelpand en beluisteren we het verhaal van een bezoeker en de vrijwilliger van dienst. Een combinatie van verpakkingstouw en feestlint voor de geschenken wordt aan de verzameling touwtjes vastgeknoopt: de collectie van de stukken die ik kreeg van de projecten die ik bezocht en die een gemeenschappelijk verbindend symbool vormen. Het lijkt een rustige voormiddag in het shoppingcenter, dus lees ik de mogelijkheden van dit pand.

Vooral het initiatief Genk Ge(de)nkt spreekt tot de verbeelding. De woordspeling bouwt voort op de baseline van de stad. ‘Iedereen Genkt’. Om een plaats te geven aan het verdriet dat tijdens corona geen plaats kreeg in het openbaar leven, werden vanuit Zoekpunt scholen, verenigingen, kerken en moskeeën aangesproken. De zakjes, bestemd voor het herdenkingsmoment tijdens Levensloop maar onbenut wegens annulatie van het evenement, mochten gebruikt worden. Verenigingen zullen afspreken aan hun clublokaal, wijken komen samen op het grasveld om de hoek. Wie zich aanmeldde, wordt op het binnenplein van het stadhuis verwacht. Het is bedoeld voor wie nood heeft aan een grotere betrokkenheid, of intenser geraakt werd door een corona-overlijden en niet in staat gesteld werd om écht afscheid te nemen, Aanstaande zaterdag om 20u00 zullen alle kaarsjes ontstoken worden en zal even de stilte neerdalen over de Genkse mijnstreek. Er werden immers 13.000 zakjes uitgedeeld!

Een nieuwe compagnon

Intussen is Jef aangekomen. In de pletsende regen is hij vanuit Hamont-Lo vertrokken, om met mij vanuit Genk naar Oostham te fietsen. Hij was mijn klasleraar toen ik in het eerste jaar zat van het college waar we beiden gevormd werden. We werden collega’s en vonden elkaar om op geregelde tijdstippen een boompje op te zetten. Addy draagt zijn vaderlijke rol als begeleider over aan Jef en keert terug naar Kleine Brogel.

Koetjes en kalfjes passeren de revue, maar ook oude koeien worden uit de sloot gehaald. Gedreven als hij is heeft Jef zich gestort op de geschiedenis van zijn vader, die als weggevoerde tijdens de oorlog in Silezië terechtkwam. Jef bezocht deze zomer de nazaten van de grondeigenaar wiens land door Henri, Jef zijn vader, bewerkt werd. Het vakantieverhaal krijgt een extra laag omdat een filosofische onderlaag wordt aangeboord: die van schuld en boete.

Een ontmoeting die de batterij doet laden

Werkzaamheden langs het kanaal doen de route via de knooppunten anders verlopen, maar de combinatie van GPS en knooppuntenstrip houdt ons op koers. Het is in Beringen dat we ‘het gesprek van onderweg’ voeren. J. en I. wandelen er rond. J. is vrijwilliger bij de brandweer, en verdient de kost als seinwachter op het spoor. De twee slachtoffers van de hevige brand, die een flash-over veroorzaakte en een deel van het leegstaande gebouw aan de Koolmijnlaan deed instorten, waren zijn instructeurs. I. werkt in de zorg. De instelling waar zij werkt mikt op kleinschaligheid. Het was haar keuze om net daar te gaan werken. Ze maakte kennis met de organisatie tijdens haar stage en solliciteerde met succes. “Ik had het me gemakkelijker kunnen maken”, laat ze zich ontvallen. Want kleinschaligheid brengt ook een hogere werkdruk. We hebben te doen met twee jonge mensen die uit gedreven overtuiging doen wat ze doen. Het kunnen wandelen en genieten van het buiten zijn, brengt in hun leven en samenleven de ervaring van Amazing Grace. Corona heeft er stevig ingehakt, maar hun bewuste keuze en gedrevenheid om iets voor mensen te betekenen is hartverwarmend. Jef kan dankzij het gesprek weer met volle batterij verder. (Of kwam dat omdat hij zijn batterij verving door de batterij van zijn vrouw haar elektrische fiets?)

Het hart van Xenner

Vanop een afstand zien we de caravan van Xenner al staan, als we de Onze Lieve Vrouwstraat van Oostham zijn ingedraaid. We worden er verwacht bij Griet en Tony. Ze ontvangen niet alleen ons, maar ook de vrijwilligers die mee de presentiepastoraal waarmaken, in de verschillende wijken van Mol-Balen die ze met de caravan aandoen. Xenner wilde het hiaat in mijn planning wel opvullen, nadat een ander project afhaakte. Deze ontmoeting is de kennismaking met vrijwilligers en project. Ik beloofde ook op 22 september op mijn fiets te springen, om die woensdagnamiddag in Mol de caravan te bezoeken, als ze ‘in werking’ was. Twee accordeons worden uitgeladen. Jef en Joske installeren zich om dadelijk Amazing Grace te spelen. Heel vaak – vooral bij het woonzorgcentrum en de seniorenflats- vormen zijn de aantrekkingspool om de nieuwsgierigheid te wekken, of te overwinnen: “Wat zou dat daar zijn bij die caravan?”

Presentie in vele vormen

De connectie tussen Joske en Griet ontstond via ondoorgrondelijke wegen. Griet verwachte -na een oproep naar medewerkers- een José, maar er kwam een Joske. En Joske verwachtte bij een andere Griet uit te komen. Maar kijk: dit Joske en deze Griet vinden elkaar nu in de schaduw van een caravan.

Xenner is net als Zoekpunt een presentieproject: het vergt een heel concreet engagement. We beginnen daarom met dezelfde vraag als gisteren: “Wat zijn de meest beklijvende ervaringen die je al gehad hebt?” Voor Lieve is dat op de Keilandse Zillen, de kennismaking met een kleurrijk figuur uit de wijk, met een even kleurrijk levensverhaal. Ontvoerd in Afrika werd hem door een rasta-man het losgeld voorgeschoten dat hij nodig had. Dat blinde vertrouwen maakte hem trouw aan Rastafari. Hij flyert nu in de wijk, als de Xenner-caravan deze kant uitkomt. Hij is ook vertrouwd met het inloophuis, dan vlakbij ligt. Als het straks kouder wordt, mag Xenner de blokhut gebruiken die de voormalige buurtwerking bouwde, en die in dit initiatief een vorm van voortzetting ziet om de bewoners van de buurt samen te brengen. José draait nog niet zo lang mee, en is ook al een paar keer ziek geweest, waardoor ze zich moest verontschuldigen. Maar ze neemt zich voor ‘gewoon aanwezig te zijn’. Al wordt er niets gezegd aan dat tafeltje, door samen het geheel te aanschouwen, is ze de bezoeker nabij. Karin merkt op dat het vertrouwen tussen de vrijwilligers onderling al groot is, ‘al zijn ze nog niet zo lang bezig’. “Er mag gelachen worden met onze valkuilen en we oordelen niet over elkaar.” “Omdat mensen in het vertellen van hun leven vertrouwen geven aan de vrijwilligers, helpen ze ons als vrijwilligers zelf niet te oordelen.”, vult Kristel aan. Maria zegt het meest van iedereen haar weg nog te zoeken. Ze is sinds maart ‘20 weduwe en Griet vond haar. “Dàt is Amazing Grace.” Er wordt uitgewisseld hoe ze nog meer zou kunnen opgenomen worden in de groep, nog meer dan nu al is. Haar gedichten en haiku’s zouden een visuele doordenker kunnen vormen tussen de tafeltjes. In de kaartjes met een haiku die ze al wel eens uitdeelde na een gesprek bij de ontmoetingscaravan, verwerkt ze haar eigen rouwproces en probeert ze toch ook iets voor de bezoekers te betekenen.

Xenner: het teken van een grote nood

Vijf à zes keer per maand gaat deze groep met de caravan op pad. Van de veertien vrijwilligers zijn er volgens beurtrol telkens vier à vijf aanwezig. Op de maidentrip van de caravan gingen de parasol en de tent al kapot, maar de mensen kwamen van overal en ze bleven, ondanks de regen. Ook nu gebeurt het nog dat de vrijwilligers moeten beginnen opruimen, omdat mensen anders niet vertrekken.

Mensen uit de wijken stilaan nog meer betrekken, door hun de verantwoordelijkheid te geven om de aanwezigheid van Xenner bekend te maken of mee waar te maken, is de volgende stap die op enkele plaatsen stilaan mogelijk zou kunnen worden.

Joske en Jef geven aan stilaan hun accordeons te willen laten spreken. Joske leerde accordeon spelen op het instrument dat vader voor zijn kinderen meebracht, omdat hij niet graag had dat ze buiten speelden. Zolang ze door de week poetste in het ziekenhuis, zolang ging ze op zondag met de accordeon achter op de fiets terug om er voor de mensen te spelen. Ze vond er haar plezier in en doet dat nog steeds in het samenspel met haar broer, die haar perfect aanvoelt en aanvult, en zij hem. Na een opwarmertje en het Amazing Grace, brengen ze een eerbetoon aan hun zus die ook met hen meespeelde maar na een slepende ziekte vertrok naar de andere kant van het bestaan. Zo is Trio Coomans & Co toch weer compleet, op één of andere manier.

Tot slot wordt een groepsfoto gemaakt en ik mag een lang gouden touw, waarmee ze nog veel mensen willen verbinden met elkaar, aan de andere stukken vastknopen.

Die avond mag ik Griet en Tony ‘off the record’ leren kennen als oprechte zinzoekers, voortreffelijk gastgezin en culinaire fijnproevers. “Amazing Grace, how sweet the sound!”

Ochtend, maar al op kruissnelheid

Met zelfgebakken broodjes van Tony ga ik die ochtend verder op weg. Mijn eerste gesprek vindt al vrij snel plaats. Even stoppend om een fietstas wat recht te trekken, spreekt een wandelaar mij aan. Of ik een grote tocht aan ’t maken ben. Ik geef de toedracht van mijn onderneming. Hij is hier ‘vaste wandelaar’. Zeer regelmatig, twee keer in de week, brengt hij zijn vrouw naar hier voor een therapeutische behandeling van de nek, en hij gaat dan wandelen. Als ik naar zijn naam vraag, geeft hij me al zijn coördinaten, Creatief kunstenaar, staat er op het ene visitekaartje, muzikant op het andere. Vooral dat kunstenaarschap interesseert me. L. toont me spontaan de foto van een kunstwerk waarmee hij zijn kleinkinderen welkom heet, en waarmee hij hun meteen toewenst dat ze hun vleugels kunnen spreiden. Stipt om 10u passeer ik voorbij een boomkapelleke. Een symbolisch kaarsje wordt opgestoken voor iemand die op dit eigenste moment uitslag krijgt van een onderzoek.

Deur die naar stilte openstaat

De tocht naar Buizingen verloopt volgens schema. Ik verwonder me over de route tussen Leuven en Brussel. Nooit gedacht dat het er zo mooi fietsen was. De hellingen met kasseien zijn venijnige tussendoortjes, maar een beetje penitentie kan ik verdragen: niet iedereen krijgt de kansen die ik krijg!

Vanuit een oudere versie van draaiboek hadden ze me eerder verwacht in de Don Bosco-parochie van Buizingen. Als ik dan een opmerking maak over mij GPS die me mooi tot in de kerkdeur leidde, klinkt dat natuurlijk raar. Maar ik ben nog mooi op tijd voor het geplande programma. Katinka leidt me rond door de gebouwen en op het domein waarover men beschikt. De inrichting van de kerk is prachtig. De open deur nodigt uit. De oude ‘podiumarchitectuur’, kenmerkend voor kerken van deze generatie, werd knap hertekend. Een klein kunstwerk houdt de zwartste bladzijden uit de kerkgeschiedenis wakker en geef niet langer plaats aan misbruik.

Ene plekke

In delen van de aanplanting op het ruime terrein herken je nog de voormalige camping. Een variatie van ‘onverwachte hoekjes’ zijn er het gevolg van. Er kan gerouwd worden, herdacht en getroost. Er zijn vuurplaatsen en gesprekshoeken. Er is een openluchtkeukentje en een gezellige chalet. Ze worden ter beschikking gesteld voor wie er nood aan heeft. Tijdens corona werden in dit verstedelijkt gebied de mensen uitgenodigd om gebruik te maken van deze open ruimte. Vince, een jongen uit de buurt, maakte daar graag gebruik van. “Ik mis hier een schommel”, had hij zich laten ontvallen. Zijn wens wordt meegenomen in het overleg met de jongeren dat deze avond staat gepland. Ook Tom is aanwezig. Hij ontwerpt en maakt speeltuigen en slaapkamers voor kinderen met zorg. Hij wil de jongeren op sleeptouw nemen voor de technische realisatie van ‘ene plekke’:

‘Een ruimte voor en door jongeren. Een plek om op adem te komen. Een inspirerende en stimulerende plek. Een plek om samen te komen. Een vrij toegankelijke ruimte. Een plek van respect en vertrouwen.’

In stift gebeiteld

Gisteren werd een belangrijke knoop doorgehakt. Het oorspronkelijke concept van een bouwsel botste telkens op de grenzen van administratieve bepalingen. Daarom koos men voor een pipowagen. De verplaatsbaarheid opent een achterpoortje van de wetgeving. Men maakt er dankbaar gebruik van. Het bouwpakket doet doe-het-zelf-ers hun hart wat sneller slaan, maar het zullen jongeren zijn die het mogen in elkaar zetten. Gisteren werd de bestelling geplaatst.

De denkpistes moeten dus wat hertekend worden. De eerste ideeën, weliswaar niet gebeiteld maar met stift geschreven op een muur, worden herbekeken. Niet zozeer de binneninrichting, maar constructies rond de wagen zullen nu garant kunnen staat voor een polyvalent gebruik en een aantrekkelijk gegeven. Een ‘terras’ dat als een vlonder naast de wagen kan worden gemaakt en dat kan blijven staan als de wagen tijdelijk elders een plekje krijgt. Losse initiatieven zoals een ‘weggeefwinkel’ of een ‘pop up tweedehands kledingshop’ zouden ook nieuwe jongeren kunnen aantrekken. Jasper, die aan een studie architectuur gaat beginnen, laat de zotste ideeën opborrelen. Een maat van hem is betrokken bij JNM. Die ziet ook wel mogelijkheden om rond milieu of natuurbeleving te werken. Wat moet ingeleverd worden van de eerste ideeën die vertrokken van een vast bouwsel, krijgt waardige alternatieven in de mobiele versie. Alleen die biljarttafel blijft een gevoelige kwestie. Desnoods wordt daar een uitschuifbiljarttafel van gemaakt. Creatief denken laat zich niet begrenzen!

Herstellen wat gebroken is

Samen met de werkgroep geniet ik van de barbecue in de openluchtkeuken. Het aantal kilo’s dat hun symbolisch geschenk aan het volgende project weegt, neem ik er graag bij. Ik ben al blij genoeg dat de vredesduif die ik vanuit Xenner over de kasseien naar Buizingen mocht brengen, het er heelhuids heeft afgebracht. En als er stukken schaal afbreken van hetgeen ‘Ene plekke’ me meegeeft naar Duffel, dan is dat niet erg: Kintsugi is een Japanse kunstvorm om gebroken keramiek te repareren met goudlak. Verbindend werken laat sporen na: sporen die naar waarde geschat kunnen worden, of -kortgezegd- van goudwaarde zijn.

De achterstal weggewerkt

Ik heb gebruik mogen maken van de verblijfsaccommodatie. Nette kamers, praktische douche. Het zandspoor dat ik achterliet met de geribbelde zolen van mijn fietsschoenen kan ik wegwissen: er waren genoeg deuren om ergens een poetshok te verbergen. Freddie stond er op het ontbijt te mogen verzorgen. Hij is van vele markten thuis. We hebben een aangenaam gesprek. Ik werk mijn achterstal weg: mijn belofte om een kaarsje te laten branden voor zijn vrouw was gisterenmorgen voor L. de aanleiding om een persoonlijker register in het gesprek open te trekken. Pas deze ochtend komt het er van.

Steeds meer kleur

Het belooft een vlakke rit te worden vandaag. Na de hellingen lijkt me dat vreemd, maar mijn kennis van de plaatselijke waterwegen blijkt ruim onvoldoende. Het kanaal Brussel-Charleroi, de Willebroekse Vaart/Zenne, de Rupel en de Nete vormen de ruggengraat van mijn parcours.

In Ruisbroek praat ik even met een ploggend koppel. Ze rapen zwerfvuil uit de berm tijdens hun dagelijkse wandeling. Vandaag is dat wellicht zo’n acht kilometer. Ze hebben al een zak vol geraapt. Die staat al in de auto. Nu is er bijna aan tweede gevuld. Mijn oude liefde komt ter sprake: het programma HoeHou.www.Tfol, waarmee ik de plastic soep in de aandacht bracht. De kilte van de ochtend doet de onrust van de zestigers stijgen: ze willen duidelijk voortdoen.

Het grijs van de ochtend maakt plaats voor steeds meer kleur en vrolijkheid. Zelfs de passage door de kanaalzone en dus dwars door Brussel is een meevaller. Enkele kilometers niet te na gesproken: in de haven zelf moet je natuurlijk uitkijken, want elke poort kan een vrachtwagen uitspuwen. Het promo-vlaggetje op mijn fiets doet zijn verkeerspreventieve werk.

Kleine anekdotes van menselijkheid

Over de brug van Vilvoorde fietst een lange rij vrolijke kinderen. Ze zijn erg jong. Grote kleuters? Misschien eerstejaarskes van de lagere school. De meesters en juffrouwen gebruiken het volledige rijvak om, bij momenten fluitend om de aandacht wakker te houden, de kinderen meteen ook te bemoedigen en aan te kondigen wat de volgende stap gaat zijn in hun fietstocht. De spanning van deze grensverleggende activiteit en eerste ontdekkingen van fietsplezier zindert door de groep. Een politie-escorte geeft de kleurrijke stoet rugdekking: dat er niemand riskeert deze colonne in te halen!

In Zemst laat de mensheid zich van een minder fraaie kant zien. Twee vrouwen wandelen langs de Zenne en kruisen elkaar. De één heeft een potig hondsbeest aan de lijn, de ander zo’n springerig kuitenbijtertje. De viervoeters zetten de toon voor een agressieve communicatie. Hun baasje gaan er iets te graag in mee. Hun woordgebruik is echt niet fraai. Hun geroep en getier aan elkaars adres is tientallen meters verder nog altijd goed en verstaanbaar te horen… Het conflict lijkt van diep te komen of van toch al wat langer geleden.

De Mijlstraat: niet zomaar een straat.

Net voor een korte rustpauze stop ik nog even bij een koppel dat hun GPS bestudeert. Zij is hier opgegroeid en kan mij wèl verder helpen: De Mijlstraat is niet ver meer. Ik kan in ruil voor die info echter niets voor hun betekenen. Het gesprek rond Amazing Grace vindt niet de diepte die ik op andere momenten al wel kon bereiken. Is het alleen op weg zijn de oorzaak? Met een compagnon de route lijkt het alsof ik toch nog iets meer gestimuleerd word de diepte aan te boren. Maar ik wil niet oordelen: het is wat het is.

Ook de kerkdeur in de Mijlstraat is een deur die naar stilte openstaat. Maar minstens even voedend is de gulle aanwezigheid van diaken Rob. Hij woont met zijn gezin in de pastorie naast deze kerk en is in die zin meestal aanwezig.

Optimaal en breder gebruik dan enkel liturgie

Het concept dat hij ‘bedacht’ voor de inrichting van deze kerk, is onderbouwd en doordacht. Vormelijk zie je het huis met vele kamers als dusdanig ingericht. Centraal, maar dus na het nemen van een aantal stappen: het vieren rond het altaar. Vlak bij de ingang, en dus ‘laagdrempelig’: een zithoek en ontmoetingsplek. De oude koorbanken vormen nu een buffet voor geestelijk voedsel (met folders over spiritueel aanbod allerhande) en een drankje. Een beetje verder naar binnen: een open cirkel. Het Unconditional-project waarmee hij geselecteerd werd voor Space for Grace vindt daar zijn bakermat: de warme plek van waaruit je kan groeien in je zoekend geloof. Dat het allereerste telefoontje dat ik als projectcoördinator kreeg, een vraag van Rob was… Dat hij niet geselecteerd werd in de eerste ronde, maar met de feedback wèl iets deed en nu tot de tweede selectie behoort, geeft bij deze ontmoeting het gevoel al heel vertrouwd te zijn met Rob zijn manier van kijken en denken. Eén van de kamers is ook een studieplek. Het is niet zomaar een overblijfsel van een corona-initiatief. Het is een organisch gegroeide verdere invulling van het basisconcept. De zijkapel die als studio werd ingericht om interviews of webinars op te nemen en de apsis waar in kleine groepen ook gemediteerd wordt, vullen de laatste kamers in. Is het herdenken van kerkruimtes zoals het in de Magdalenakerk van Brugge een invulling kreeg voor veel mensen een stap te snel of te een stap te ver? In de kerk van de Mijlstraat in Duffel krijg je een heel toegankelijk concept om een kerkgebouw méér te laten zijn dan enkel een liturgische ruimte.

Schep ruimte

Rob verwoordt het als volgt. “Als geloofsgemeenschap op weg naar de toekomst nemen we mee het dynamische en vernieuwende vuur van de Christus. Het confronterende vuur ook. Christus is geen status quo. Telkens zegt Hij: hier kan het anders. Ik ben vuur komen brengen en ik kan niet wachten tot het in brand slaat.” Het symbool en de boodschap voor het volgende project is krachtig in zijn eenvoud. ‘Schep ruimte’ staat er op het kruisje. “Space for Grace. Maar de grace moet ook kunnen landen. Dat Eeklo met Godly play voor jonge gezinnen ruimte kan scheppen om verbonden te blijven. Het is niet alleen een verlangen, maar ook een affirmatief gebed. Spreekt het zo uit, dat het gehoord wordt!”

Aan gastvrijheid geen gebrek. De maaltijd in het Fort van Duffel, (bereid? en) opgediend door mensen met ASS, wordt gelardeerd met gezelligheid en lach.

’s Avonds vormt de eerste post-corona Unconditional Meditation-sessie het kader waarin Rob zijn interpretatie van het lied Amazing Grace brengt en ik de dichtversie van Wim Christiaens voordraag. Het is ook de vrijdagse voorloper op de Celebration van volgende week. Op die momenten bereikt het Unconditional-project haar kruissnelheid. De stuurgroep schreef in de projectaanvraag: “Unconditional creëert samenkomsten die, geloven in de 21e eeuw plausibel maakt en wekt zo de bereidwilligheid om mee te werken aan een vernieuwde geloofsgemeenschap. De samenkomsten en initiatieven worden georganiseerd door enthousiaste ruimdenkende gelovigen voor ieder die op zoek is naar positiviteit, spiritualiteit of relevante religiositeit. Unconditional benadrukt de persoonlijke vrijheid door in te zetten op een verwelkomende spiritualiteit langs wegen van muziek, ontmoeting, meditatief en affirmatief gebed en verkondiging. Het project is vernieuwend omdat … het werkelijk onvoorwaardelijk is (unconditional). Je kan, namelijk een kerk leren kennen zonder dat deze aanstuurt op doopsel, lidmaatschap of het onderschrijven van een credo.” Vanuit de contacten na de meditatie, kan ik alleen maar bevestigen dat het inderdaad in alle bescheidenheid lijkt te werken.

Een zoveelste ervaring van Amazing Grace

Ik overnacht via het netwerk Vrienden op de fiets bij R.in Lier. Het is geen probleem dat ik om 21u30 pas aankom. De avond is nog jong genoeg om in een interessant gesprek te duiken. Haar engagement voor de samenleving is heel concreet: ze vangt twee pleegkindjes en is buddy voor een vluchtelingengezin. Haar professionele kennis die ze hanteert bij een bedrijf dat mensenoplossingen levert voor de hele levenscyclus van werknemers (van het betalen van werknemers tot het aantrekken, belonen en ontwikkelen van het talent dat bedrijven laat slagen) is bruikbare bagage om die klus te klaren. R. dwingt bewondering bij me af. Haar manier van leven is een zoveelste ervaring van Amazing Grace.

Op bezoek bij Joske

De knooppunten leiden me tot aan de Schelde. Ik zie ter hoogte van Hoboken de overzetboot aanmeren aan de andere oever. Ik zal hier dus toch nog even moeten wachten. Ik heb ruim de tijd om op te zoeken hoe mijn planning zou zijn als ik hier, nu, vandaag langs Schelle zou gaan. Te weten dat Tante Joske haar kaarske stilaan dovend is, doet me onderzoeken of er overschot aan tijd te investeren is in een ommetje via haar. Contact met haar jongste zoon leert me dat het er wel degelijk inzit om toch even langs te lopen. Ik ga haar dus nog minstens één keer kunnen zien.

Ik wil de lezer dezes niet al te zeer vermoeien, maar ik vind het het vermelden waard dat je Joske moet koppelen aan het Joske waar Willem Vermandere het over heeft op de covers van de cd’s die hij in Schelle opnam, aan Joske’s danske op zijn cd Onderweg, én aan Oude vriend (Van soorten), het viaticum dat Willem meegaf aan wijlen haar man Pier Bolsens.

Het ommetje en de nieuw te berekenen reisweg gunnen me geen kom soep in Schelle, hoe lekker ze ook rook. “Ik ben aan het werk”, grap ik met Dieter en Els. Ik zou om 17u in Eeklo staan en zelfs met de overzet van 13u00 in Schelle zit veel gelanterfant er niet meer in. Laat staan dat ik pas om 13u30 de Schelde zou kruisen. De soep zou me -hoe lekker ook- niet goed kunnen bekomen.

Maar de zon schijnt, de knooppunten volgen elkaar mooi en om 17u stipt zit ik naast het Tamboerke, de marktszanger die tussen de kerk van Eeklo en het parochiecentrum onop-houdelijk accordeon zit te spelen en zijn rol van sprekende gazet opneemt. Daar vindt Karel mij voor onze afspraak.

Tim en Joke zitten me binnen al op te wachten. Hun kinderen zijn er bij. De oudste laat me de communiedoos zien, waarrond ze gewerkt hebben. Met hem reconstrueert Joke ook de 7 verhalen van de veertigdagentijd. Het is één van de pakketten die in Godly Play worden gebruikt. Met de specialist in huis wil ik de vertelmethode nu eens van dichtbij ervaren. Ik zag haar al aan het werk tijdens een online viering van Oase – St.-Truiden. Haar eigen interesse en creativiteit werden gedeeltelijk aangevuld met het beleid en het budget van de plaatselijke parochie, waardoor ze bijna alle Godly Play verhalen in voorraad heeft. De methodiek stamt uit de Anglicaanse kerk, maar is zo catechetisch en pastoraal, dat de dienst Gezinspastoraal het introduceerde in Vlaanderen. Het werkt met heel specifiek (natuurlijk) materiaal dat uitleenbaar is in diocesane centra, maar ook zelf aan te maken. Het vindt intussen zijn toepassingen op basisscholen en in ziekenhuizen, maar ook in woon-zorgcentra. Het zou wonderwel werken bij dementerenden. Het verhaal wordt gevisualiseerd. Gespeeld als het ware. Beweging met de attributen mag zijn tijd kosten. De stilte die het vergezelt, wordt als een katalysator. De verwonderingsvragen aan het eind hoeven niet beantwoord te worden, maar als dat met -bijvoorbeeld- kinderen aanwezige spontaan gebeurt, is geen enkel antwoord goed of fout.

De ontmoeting is kort, maar leerrijk. Ik zal als geschenk een tekening meenemen naar Dominicus Gent, de tekening die het verhaal van de blindgeborene illustreert. Als ‘touw’ mag ik een donzig knutseldraadje aan de andere stukken vastknopen. Na het verhaal en de verwonderingsvragen wordt er immers telkens een verwerking voorzien. Knutselen staat dan vaak op het programma.

Ik breng 7 km verderop de nacht door. Karel heeft me een stukje op sleeptouw genomen en wijst me de kortste weg naar zijn geboortedorp. Ik reserveerde als Vrienden op de fiets een kamer bij Valentina uit Oekraïne, die als ingenieur standby blijft als -waar ook ter wereld- een probleem opduikt met een Volvo truck. Vooral bij het ontbijt krijg ik uitvoerige beschrijvingen van haar fietsavonturen en verhuisplannen. Maar het eetadres dat ze me bezorgt voor mijn zaterdagavondkost, was dik in orde.

Op de wat frissere zondagochtend begeef ik me naar Gent. Een pad door het bos geeft een avontuurlijke start. Fietspaden langs de ‘lieven’ zijn ook voor wielertoeristen geliefkoosde routes. Maar als ik in Mariakerke de navelstreng van de R4 moet oversteken, word ik door een Zuid-Afrikaanse wielertoerist gevraagd een filmpje op te nemen voor een jarige in zijn vaderland. Hij kent deze fietsers ook van haar noch pluim, maar hij is in hun wiel blijven hangen en zijn aan de praat geraakt. Zo leid ik af uit de boodschap en de informele communicatie. Als wederdienst voor mij Amazing Grace inzingen, zit er nog net in.

Dominicus Gent

Een kronkelend pad eindigt op een fietsbrug, die me op een steenworp van de Blaisantkerk brengt. Jan lijkt zijn ogen niet te geloven, als hij me al aan zijn kerkdeur ziet staan. Ik ben me bewust van het statement dat ik maak door bij Dominicus op bezoek te gaan. Met vrouwen als voorgangers en een eigen zoektocht om liturgie te vieren, begeven we ons niet in het centrum van de Kerk. Maar Space for Grace wil elk ‘experiment’ valideren in zijn zoektocht om de parochie van de toekomst uit te tekenen. En het zoeken naar een hedendaagse liturgische taal hoort daar bij. Niet dat het project waarmee Dominicus geselecteerd werd daar rond draait. Dominicus was voor corona al op zoek om een verbrede, verbindende en geïntegreerde en online communicatie op rond de vier kernthema's: vieringen, Bijbel, Dominicaanse inspiratie en maatschappij & wereld. Het concept van streamen was daar al een middel toe, nog voor de van zondagsliturgie afgesneden geloofsgemeenschappen overal in Vlaanderen (en bij uitbreiding de wereld) deze digitale weg ontdekten (sommigen met een heel professionele invulling, anderen met wat meer amateurisme. Maar de plots ontstane nood werd gelenigd!)

Ontmoeting en context

Na de stemmige viering, die nog geen echte ‘Dominicusviering ten voeten uit’ was wegens de laatste beperkende stuiptrekkingen van coronamaatregelen, biedt een receptie de gelegenheid om wat mensen te ontmoeten. Samen met de stuurgroep gebruik ik de maaltijd. Op het ritme van de drie (bescheiden maar smakelijke!) gangen maken we kennis met elkaar, vertelt de mevrouw, die ook de viering voorging, over de Dominicus-gemeenschap aan de hand van een powerpoint en wordt de symbolische boodschap aan het volgende project overhandigd. Uit een eerdere planning hadden ze het Kerkhoek-project van de PE Edith Stein onthouden. In de praktijk zal het nog even duren eer ik dat project bezoek. Filosofenfontein is wellicht mijn eerstvolgende reisdoel. Maar daar hoeft Dominicus zich niet aan voor te stellen. Zij laven zich aan dezelfde Predikherenbron. Ik kan niet anders dan de opdracht te aanvaarden: de boodschap is immers persoonlijk geadresseerd.

Jan begeleidt me op de fiets door het verkeersvrije Gent tot aan het station. Ik heb het uurschema wat losgelaten. Het mag toch zondag zijn? Om toch tijdig in Leuven aan te komen, neem ik de trein tot Londerzeel. Tussen zes en zeven vanavond wordt daar het internationale team van Monitoring en Evaluation verwacht. Het is het inhoudelijke sluitstuk van deze tocht.

Wederzijdse troost

Onderweg (in Laar bij Zemst) geraak ik in gesprek met Vera. Ze vraagt me of ik de knooppunten aan het controleren ben. Er is natuurlijk een gelijkenis, maar toch ook weer niet. Ik vertel haar het opzet van mijn tocht. Zij is onderweg naar de troostplek die Ferm inrichtte nabij de pastorie. ‘Omdat ze bij Ferm is.’ Maar ook om persoonlijke redenen. Zij neemt mijn zorg mee, ik de hare. Als ik een paar honderd meter aan een kapelletje passeer, kan ik mijn belofte al meteen waarmaken. Ik steek een kaarsje aan. Deze ochtend kreeg ik het nieuws dat mijn vader (weer) gevallen is (te vaak voor zo’n korte tijd), en dat een ernstig letsel aan zijn oog reden genoeg was hem naar Gasthuisberg te brengen. (Hij zou er die avond nog aan geopereerd worden, maar tevergeefs. De schade is blijvend). Een ander fietser die er halt had gehouden, wil van mijn kaarsje aansteken wel een foto maken. Hijzelf verwonderde zich over het aantal kapellen dat hij op zijn tocht vanuit Brussel in deze streek aantreft, en vooral de diversiteit er van. Aparte bouwwerken, maar evengoed opgehangen aan huisgevels of uitgespaard in muren van schuren. Hij is ze gaan fotograferen en toont ze mij op zijn smartfoon. Stefan heet hij. Klinkt behoorlijk Vlaams voor een Franstalige. En toch verkiest hij het boven Etienne. We hebben een aangenaam gesprek en ik vat de laatste kilometers aan. K3 heeft het Provinciaal Domein van Hofstade geannexeerd. Nogal wat bezoekers hebben het losgeld betaald en tal van gadgets in ruil gekregen. Langs de vaart blijft het droog deze keer. Tijdens de eerste editie van Tracing Grace was dit traject ook één van de laatste stukken. Toen werd ik hier doornat. Vandaag is het prettiger fietsen.

Space for Grace is een internationaal netwerk

Zo arriveer ik in Leuven aan het hotel waar ik incheck als één van de laatsten van de werkgroep Monitoring and Evaluation, de groep die het wetenschappelijke luik van het Space for Grace-programma opvolgt en de learning communities evalueert. Morgen zal het accent vooral liggen op ‘learning’. De hele maandag wordt er aan gewijd. Mie Trees zal ons huisvesten.

De zondagavond is er om informeel (en in feite voor het eerst met de voltallige groep) wat kennis te maken en collegiaal de banden wat aan te trekken tussen de Porticusmensen en de wetenschappers, tussen de theoretici en euh…de mensen van de praktijk. (Ik mag mijn specifieke plek toch ook innemen?)

Het wordt een gezellige avond in verschillende etappes, die door een slinkend aantal deelnemers volbracht worden.

De voertaal van het overleg is Engels. Dat vergt van mij extra concentratie. Niet zozeer om te verstaan, maar om me uit te drukken. Afgesneden van mijn mailbox heb ik de laatste berichten niet mee, maar probeer op mijn pootjes te vallen. Eén dia uit de powerpoint kruis ik voor mezelf aan. Het zijn de antwoorden die de deelnemers gaven op een kleine enquête. Deze inhoud houd ik best goed in mijn achterhoofd om bij contacten met de projectverantwoordelijken te overlopen, indien van toepassing.

Epiloog

Op het einde van de dag fiets ik nog even langs Gasthuisberg. Ik kan met de foto van een smakelijk etende opa het thuisfront wat geruststellen. Ik kan de assistent van de oogspecialist spreken: ze loopt even langs op de kamer. De vriendelijkheid waarmee het personeel van deze immense gezondheidsfabriek de patiënten en hun bezoekers benaderen is zielsverwarmend. Amazing Grace!

Ik doorkruis de stad die al volop WK wielrennen ademt. De trein naar huis was niet mijn eerste plan, maar binnen de actuele context wel de beste.

Er volgt op woensdag een epiloog op mijn tocht met het bezoek ter plaatse aan Xenner. Ik leg van thuis uit niet de hele weg met de fiets af. Maar genoeg om de ervaring te hebben hoe het is om de standplaats van Xenner te ontdekken. Ik ken de aanwezigen bij naam. Wat bezoekers betreft, mensen uit de buurt, komt het vandaag traag op gang. Er is iemand van het inloopcentrum, dat vlakbij ligt. De pastoor-deken komt even langs. We gaan eens kijken bij de blokhut die tijdens de winter onderdak kan bieden. En toch is er wat verloop, wat gesprek. Enkele kinderen laten hun nieuwsgierigheid overwinnen en genieten van het spel om in de caravan een stukje cake te mogen eten met een drankje er bij. Was RTV op de uitnodiging ingegaan, ze hadden mooie beelden kunnen schieten.

Een vriend van de fa-sleutel is op mijn uitnodiging vanuit Lommel-Werkplaatsen naar hier gekomen en is symbolisch zo toch een beetje mee op tocht geweest.

Als ik ’s avonds met het uitladen van mijn fiets het begin van Tracing Grace 2.0 afsluit, heeft mijn GPS 499 kilometers geregistreerd.

Het fonteinfeest van Filosofenfontein

Tracing Grace 2.0 krijgt een (tweede?) vervolg in het Fonteinfeest van Filosofenfontein Heverlee.

Genoemd in de eerste planning van mijn tweede tocht, gaf de projectwerkgroep vrij snel aan dat de context van het Fonteinfeest een betere aanleiding was om op bezoek te komen. Natuurlijk kom ik graag langs op het moment dat men op zijn best is. De context van het project leren kennen, de sfeer opsnuiven: daarvoor riep ik Tracing Grace in het leven.

De geplande afspraken moesten toch weer aangepast aan de realiteit van de zaterdag. ‘Een bezoek met de fiets’ werd ‘zorgen dat ik voldoende op tijd was’, omdat een uitvaart met koffietafel niet uit mijn agenda konden worden gewist.

Verschillende mensen waren al aan de wandeling begonnen. Er hangen op een aantal plaatsen natuurfoto’s. Met zorg zijn ze opgehangen. Ik besteed er (misschien te) weinig aandacht aan, omdat ik de betrokken mensen wil begroeten en wil gerust stellen dat ik er ben.

Tracing Grace als ritueel

Om vijf uur wil men immers het ‘Tracing Grace -ritueel’ houden in de kapel. Het woordgebruik charmeert me. Het bewijst dat ze goed hebben begrepen dat het brengen van een persoonlijke boodschap van het ene project naar het andere geen nietszeggend gebaar is. Ook het zingen of musiceren van Amazing Grace vormt intussen een warme ketting. Het touw, samengesteld uit bijdrages van alle projecten waar ik kwam, heeft intussen al een flinke lengte.

Wat de persoonlijke boodschap betreft: Ik heb ze nog op tijd bij de P.E. Maria Magdalena in Mortsel kunnen ophalen. Tom Schellekens gaf me er een sleutel mee, als symbool om ook in Heverlee toegang te krijgen en een vurige gemeenschap te kunnen vormen.

Ik krijg twee liedboeken mee, incl. CD. “Onze liederen ontvouwen de spirituele schoonheid van Filosofenfontein als poort tot zingeving. Dit willen we doorgeven aan aan het volgend project dat je bezoekt op jouw Tracing Grace-route. Ze laten ons rijk repertorium aan liederen horen, gezongen door ons koor, met eigen geschreven teksten en op muziek gezet door leden van onze kapelgemeenschap, namelijk Kris Gelaude (tekst) en Arnout Malfliet (muziek). Zo hopen we mensen te bereiken die we anders niet bereiken en op die manier onze spiritualiteit te delen. Op dit Fonteinfeest hopen we dan ook dat de verschillende kunstvormen die we hier aanbieden inspirerend mogen zijn voor elkeen hier aanwezig en iets laten proeven van ons geloof dat alle verstand te boven gaat.”, licht de projectverantwoordelijke toe. Guido Roseleer, een natuurfotograaf, deelt met ons zijn passie hoe hij de foto’s maakte die hier ophangen. Hij gaat daarin zeer ver, steekt er enorm veel tijd in, maar het resultaat is prachtig! Kris Gelaude draagt enkele van haar gedichten voor. Het geeft me de gelegenheid haar te danken voor de verfrissende vorm waarin ze bijbelse taal verwoordt. De samenzang met koor blijkt te worden ingekort. Heb ik me weer te veel laten gaan? 

Vanwaar de kunstgreep via Mortsel-Edegem?

Ik moest een kunstgreep uitvoeren, omdat Dominicus Gent een persoonlijke boodschap meegaf voor Edith Stein in het Kortrijkse. In één van de ‘plannings’versies stond ‘Kortrijk’ inderdaad na ‘Gent’. Het aan elkaar puzzelen van projecten volgens afstand en beschikbaarheid is geen sinecure. Nu was het de studiedag van het internationale M&E-team waardoor mijn kalender moest aangepast. De missie om hun geschenk dus te bezorgen aan bestemmeling werd doorkruist door de uitnodiging voor het Fonteinfeest. Nu… Filosofenfontein en Dominicus Gent zijn ook erg vertrouwd aan elkaar, omdat ze zich laven aan dezelfde Dominicaanse bron. Een persoonlijke boodschap van ‘nieuwe’ mensen is dan misschien sprekender. Een kleine zijsprong in de estafette doet geen afbreuk aan de verbindende bedoeling.

Bonte Avond op het fonteinfeest

Net als bij de andere bezoeken houd ik er van de context van Amazing Grace te geven, het gedicht van Wim Christiaens voor te dragen en aan de hand van op zijn minst één stukje touw een project in de aandacht te brengen. Wellicht hadden we een lied méér gezongen, als ik op mijn bijdrage beknibbeld had. De aardenwerken markering waarmee ik het spoor van Tracing Grace achterlaat, wordt in dank aangenomen.

Na de toespraak is er een maaltijdbuffet, samengesteld door vrijwilligers. Meer dan zestig mensen sluiten aan. Ook het dessertenbuffet is rijk gevuld.

‘s Avonds komt de gemeenschap verrassend uit de hoek met een Vrij Podium. Ze hebben hierin is een mooie traditie, zo blijkt. In deze editie komen Koningin Mathilde en een (ander) Brussels ketje persoonlijk op bezoek. Dat is lachen geblazen. Omdat het een tijd geleden was dat de fonteinvrienden nog konden samenkomen, haalde iemand met dia’s herinneringen op aan de door Filosofenfontein afgelegde weg. Muziekstukken larderen de avond. Ieders talent wordt geapprecieerd.

Ik geniet van de gastvrijheid van Sabine en haar man. Het is een luxe voor de parochie-assistent die ik ben, om op zondagochtend te kunnen uitslapen en ‘pas’ om half elf in een viering te hoeven zijn.

De economische insteek van het Evangelie

Ides Nicaise gaat voor in de niet-eucharistische viering. Vanuit zijn spiritualiteit, die bij de recente viering van zijn emeritaat te weinig aan bod kwam, legt hij het accent op de economische insteek van het evangelie. Dat is het thema van de viering. Ides, wiens hoofdonderzoeksgebied het sociaal beleid was, met bijzondere aandacht voor de relaties tussen onderwijs, arbeidsmarktbeleid en sociale inclusie, heeft in de keuze van zijn teksten een mooi evenwicht gevonden tussen evangeliefragmenten en duiding. In het evangelie komt zijns inziens economie voor in vier verschijningsvormen: De economie van het vertrouwen, van de generositeit, van de wederkerigheid en de verantwoordelijkheid.[1] De gekozen liederen zijn assorti en maken de viering des te meer tot een mooi geheel.

Na de viering volgt er nog een kerkberaad. Het is een element op basis waarvan de kapelgemeenschap haar beleid uitstippelt en bijstuurt. Hoe geïnteresseerd ik ook ben, ik wil de open gesprekscultuur niet besmetten met mijn aanwezigheid. Per slot van rekening ben ik een vreemde eend in deze bijt. En er zijn genoeg thema’s om te bespreken. Ik zou er teveel ‘in de weg’ lopen.

[1] De tekst staat gepubliceerd op de website van Filosofenfontein. Je kan hem nalezen via deze link.

Geduld als kunst

Ik maak, net als vlak voor de viering, nog even gebruik van de mogelijkheid de natuurfoto’s te bekijken en haal zo mijn schade in dat gisteren niet gedaan te hebben. De fotograaf heeft ze allemaal samen gezet, omdat hij signalen had opgevangen dat sommige mensen geïnteresseerd waren in een foto. Het unieke van het moment dat op de foto is vastgelegd, krijgt een grotere dimensie als je weet dat hij alle foto’s maakt op het eigenhandig aangelegde natuurgebied van één hectare, de oude zandgroeve', een biotoopontwikkelingsproject in Korbeek-Lo. Om de putter of distelvink te kunnen fotograferen, plantte hij diens lievelingsdistels aan, om zo het diertje te kunnen lokken. Ook de droom om de vogel in de sneeuw te fotograferen (en zo door de natuur het zelfde lichteffect te laten geven als in de highkey-fotografie techniek) wist hij te verwezenlijken. Zoiets is niet zomaar een kwestie van geduld of kunnen wachten tot het nog eens sneeuwt! Dat is geduld in het kwadraat.

Als ik de website https://www.deoudezandgroeve.be bezoek, herken ik de gepassioneerde man die met een enorme werkijver fantastisch veel moois verzet krijgt.

Deel drie: de wintereditie

Ook de Kerkhoek van Bellegem stond geprogrammeerd in de oorspronkelijke planning van Tracing Grace 2.0. De definitieve planning van mijn tocht half september kwam vrij moeilijk tot stand. Eén bepaalde verschuiving in de volgorde van bezoeken stond niet overal genoteerd en maakte een bezoek daardoor niet meer haalbaar. Het zette de betrokkenen in Kortrijk-Zuid aan om me uit te nodigen op de derde adventszondag. Op die manier kreeg Tracing Grace 2.0 ook een wintereditie.

TRACING GACE 2.0 WINTEREDITIE 11-13 december 2021

Voor de wintereditie zal ik voornamelijk per trein reizen. Maar de fiets gaat mee! Tot Waregem. In Antwerpen is het net geen uur wachten. Ik vind er het eerste stukje van waar ik naar op zoek ben: Spaces for Grace. Ik vang de zon alvast op vanuit de trein, om vanuit het fietsonvriendelijke station van Waregem naar Bellegem te fietsen. Op de landelijke wegen pluk ik het moment. Ik kom in de buurt van Avelgem. Niet dat ik de tekst helemaal van buiten ken, maar de sketch van de ‘Kwaremont legt oopn’ zit als erfgoed in mijn geheugen. De dag schemert naar de avond. Het venijn van de fietsroute blijkt in de staart te zitten. Bellegem ligt, ten op zichte van le plat pays, op een hoogte. En mijn GPS leidt me over onverharde en supersmalle wegeltjes. Spekkeglad, moozenat en dat in de pikkedonker! Soms is het een wandelpad, eerder dan een fietspad. Als ik, eenmaal aangekomen, de straatnaam vermeld, weten ze voldoende: mijn perceptie klopt. De Boskariere hééft een haakse bocht mèt een niveauverschil. Een lichte vermoeidheid maakte de onzekerheid van tussen mijn oren wakker.

Onder uw vleugels fietsen wij

Onder het mom van voorzichtigheid probeer ik mijn onhandigheid minder te laten opvallen. En als ik mijn fiets parkeer in de pastorij, die diaken Curd met zijn gezin betrekt, voel ik in mijn broekzak de Guardian Angel die ik op mijn eerste halte meekreeg. Toch blij dat ik er zo aan herinnerd wordt het kleinood te hebben meegenomen. Het geeft me steun en kracht.

Ik word ontvangen door Curd, de diaken die het Kerk-hoekproject indiende. Zijn dochter Mieke, die er parochie-assistent is, en zijn vrouw zetten zich bij. Curd heeft zijn wortels in de St.-Michielsbeweging. Hij was pas verhuisd naar Rollegem, toen hij gevraagd werd als diaken te gaan inwonen in Bellegem. Dat was twaalf jaar geleden. Intussen is hij er helemaal ingeburgerd. Het contact met de lagere school, één van de grootsten in de regio, bracht de mooiste vruchten voort. In voorbereiding op Pasen vroeg hij aan de kleuters het tafellaken voor het feest van Jezus mee te versieren. Onder begeleiding van de juf werden hun handjes gekleurd en stempelend kreeg de versiering vorm. Jaar na jaar werd het Paastafellaken opgelegd en kinderen bleven zich hun bijdrage herinneren. Ze wisten nog precies waar zij hun handjes drukten, zelfs toen ze al vormeling waren. Een eenvoudig concept, dat ouders over de drempel hielp ook eens mee te komen naar de kerk. Het werd al meerdere malen herhaald.

De bal aan het rollen

Het verhaal brengt Curd bij de evolutie van hun project. Met als opzet in drie kerken een kerk-hoek op te zetten, stuurde de jury zijn plan bij: Hij zou alvast beginnen om zijn ideeën in één kerk uit te werken. De ontdekking van Godly Play was voor hem een zegen. Door zich in dat concept in te werken, dacht hij niet meer aan de beperkingen die in het kielzog van covid zich ook in Kortrijk-Zuid genesteld hadden. Het gaf echt nieuwe inspiratie. Het extra aanbod vanwege de jury om eens te ‘sparren’ met een innovatiecoach werd ook in dank aanvaard. De grote dromen die -zoals dat past bij een brainstormsessie- schaamteloos werden uitgesproken, werden intussen afgetoetst op haalbaarheid. Dan nog bleef er meer dan voldoende innovatie over: de kerk wordt een indoor-speel kerk. Door spelmateriaal, ontwikkeld door dezelfde grote handigaard als de incaperoom van Roeselare, zullen Bijbelse verhalen worden aangebracht, ervaren, gespeeld. De biechtstoel wordt herbestemd tot poppenkast en leeszithoek voor wie liever met een boekje in een hoekje zit.

Als een geschenk

Vanavond zal Curd het eerste Godly play-verhaal vertellen voor de kerkfabriek en de werkgroep. Het is de beste manier om te laten zien waar ‘al dat Engels’ voor staat, dat nu al een paar keer in een verslag genotuleerd werd. ‘Space for Grace’, ‘godly play’… De brainstormavond over de Kerkhoek werd aangekondigd met West-Vlaams pragmatisme: “Wie komt, heeft inspraak. Wie niet komt, niet. ”Ik sta niet alleen met mijn voeten op de grond, ik sta er tot aan mijn enkels mee in de Vlaamse klei!”, herhaalt Curd een paar keer tijdens mijn bezoek.. Maar als ik hem die avond het scheppingsverhaal zie brengen, als prélude op zijn -vanaf nu- vaste maandaginvulling, om er zo alle klassen van de lagere school te bedienen, te beginnen met de eersteklassers, zie ik ‘noestigheid’ noch introvertie. Het geschenk van licht en water en natuur, zoals de schepping in godlyplay-termen heet, wordt ook door Curd als een geschenk ervaren en hij geeft het met veel warmte door. Het enthousiasme van de school over dit aanbod, zal zeker meespelen.

Ik breng het verhaal van Space for Grace, leg het opzet van Tracing Grace uit en lees -zoals telkens- het gedicht van Wim Christiaens. Het aarden-werken souvenir dat ik overal achterlaat, wordt geplant in de godly play-‘woestijn’.

In de ontmoeting nadien maak ik kennis met de eindverantwoordelijke van de plaatselijke Kerk&leven editie. Als hij laat vallen dat hij nog een nichtje heeft wonen in Overpelt, blijkt het een koorgenoot te zijn met wie ‘Avelgem’ en de Kwaremont al eens onderwerp van gesprek was. (Maar dat is weer een ander verhaal.)

Uit het goede hout gesneden

Ik zal overnachten in de pastorie van Marke, waar Marc Dhondt pastoor is. Ik herken er meteen een werk van Omer Gielliet, en als hij er nog een paar andere in huis blijkt te hebben, moet er wederzijds een lang verhaal verteld. De vriendschap tussen Omer en Marc enerzijds -Marc ging voor in Omers uitvaart- en mijn aandeel in Het geloof van de Bressiaander en Uit het goede hout gesneden anderzijds. De toon van de avond is gezet. We herkennen veel van onszelf in de ander zijn zoektocht. Wat betrokkenheid op kansarmen en energie betreft, is er een veel groter verschil. Marc wint.

De viering van Welzijnszorg, daags nadien in Bellegem, wordt even voor negen uur ingeleid door enkele fragmenten uit de campagnefilm van Welzijnszorg. Marc is bij beide projecten betrokken. Het is zoals Curd zei: “Marc is altijd diaken gebleven”. De viering is doordesemd met muziek. Marc zingt bij momenten de tegenstem. De teksten zijn te volgen op schermen. Ze zetten aan tot meebidden en meezingen.

Indoor speel-kerk

De adventskrans kreeg als vorm omarmende handen, waar steeds meer huisjes worden omvat. Het campagnethema ‘wonen’ wordt behoorlijk uitgediept in de preek van de andere diaken die de Pastorale Eenheid rijk is, maar wordt heel concreet gemaakt in de anekdote waarmee Marc de mededelingen begint. Een asielzoeker, wachtend op erkenning, werkt al een paar jaar in de broodfabriek. Onlangs kreeg hij de bikkelharde mededeling: zijn dossier is onontvankelijk verklaard. Daags nadien staat hij op straat. ‘Trek uw plan maar!’ Zijn huur bedraagt €625. Per maand natuurlijk. Zijn vrouw is vijf maanden zwanger. Marc vraagt zich af of er als parochie niets te iets te regelen is. Dat mensen iedere week €1 of €2, maandelijks €5 of €10 storten, om zo een paar maanden te overbruggen en het kind tenminste niet op straat te laten geboren worden. Zo concreet kan naastenliefde zijn. De symbolen-estafette krijgt ook een plaats. De Dominicus-goodiebag wordt geruild voor een super-sized lolly en een boekje Vertel me over de Bijbel als representatie van de kindvriendelijke Kerkhoek. Aan de keten van stukken touw vanwege projecten die ik al bezocht, wordt een springtouw toegevoegd. Origineel, toch?

Vilvoorde City. Welkom in de Far West

Ik mag zelfs nog aansluiten als Curd naar zondagse gewoonte met zijn gezin uit eten gaat en daarbij een alleenstaande vrouw uitnodigt.

Dan stap ik mijn fiets weer op, om met een tussenstop bij Pol, vanuit Kortrijk de trein te nemen naar Vilvoorde. Een lied van Kris de Bruyne speelt in mijn hoofd. Want waar vond ik een overnachtingsplek via Vrienden op de Fiets? “Het is Vilvoorde city, meer bepaald in de Far West.” We hebben een uur afgesproken, waarop ik ten vroegste zal arriveren. Ik ben blij wanneer dat uur is aangebroken. Er is immers weinig te vinden in Vilvoorde city. Ook om te eten. En in de barak waar ik frieten vind, -weer frieten!- mag ik ze niet eens ter plaatse opeten. Buiten op het doorweekte bankje! Een VanReusel goodiebag houdt mijn broek droog.

Des te warmer is daardoor het onthaal in de fraai verbouwde woning van Ellen. Ik ben haar derde gast, via VodF. Ze houdt haar avond vrij voor de gasten, om desgewenst bij een thee, wat te praten over fietsreizen. Zij deed Andalousië op de fiets. Zo goed als de fles wijn bij Marc gisterenavond, zo gezellig is de kamillethee van deze avond.

Grimbergen

Na het gevarieerde ontbijt vertrek ik naar Grimbergen. Daar word ik om 9u in de mis verwacht. De route loopt als een trage helling door een bos en, mede door ook nog een fout gelezen GPS-instructie, ben ik niet heel ruim op tijd. Uit mijn herinnering wist ik niet meer dat de abdij van Grimbergen niet ommuurd is en dat de kerk inderdaad de parochiekerk is. Prior Johan en Kristof Lataire wachten me op en tegen dat de mis gedaan is ben ik ‘uitgedampt’ en is mijn zweet gedept. Voor de prior weer verdwijnt voor een uitvaart, maken we kort kennis. En dan besef ik weer aan wie deze man me doet denken: met vijfendertig dingen bezig zijn, maar, eenmaal achter zijn altaar, zo tot rust komen dat hij als voorganger inderdaad de viering – hoe doordeweeks ook- kan dragen. (Ik beschreef een veelvoudige ervaring met wijlen Theo Smeets.)

Klank én beeld

Het contact met Kristof, die ik als innovatiecoach al enkele keer mocht ontmoeten en waarvan ik het project in de Brugse Godelieve-abdij bezocht, heeft verschillende gespreksonderwerpen. Als Johan terug komt, hebben we het over het streamingsproject, waarmee deze parochie geselecteerd werd. De link met het woonzorgcentrum is voor ons de meest interessante, maar een corona-uitbraak maakt contact met de plaatselijke pastorale animatie-team onmogelijk. De vraag blijft hoe dit project een bijdrage kan leveren aan het leerproces voor de creatie van levende digitale gemeenschappen? Naast het streamen zelf, dat op zich niet vitaliserend is, moet er namelijk ook nagedacht worden over de omkadering errond. Hoe kan waargemaakt worden dat het volgen van een gestreamde viering meer wordt dan kijken alleen? Dat het ook “beleving” wordt op een andere, nieuwe manier? Het vooruitzicht dat ze hun opgedane kennis willen delen in een webinar, biedt mooie perspectieven voor het intussen opgebouwde netwerk van innovatieve projecten.

Er zijn vergelijkingen met KTO, een Frans-katholieke site waar verschillende vieringen gestreamd worden. Er is (nu al, of als toekomstmuziek, of op zijn minst als voorbeeld) een link naar EWTN, een vergelijkbaar platform. Waar is de tijd dat Piet Derksen met Lumen2000 op zijn manier de christelijke boodschap wilde verspreiden met videoreportages, gemaakt door zijn eigen (charismatisch geïnspireerde) productiehuis Logomedia? Ik leerde dat in die dagen voor een tijdje van behoorlijk dichtbij kennen.

Digitaal verbinden

De organist van Merchtem is opgetrommeld om het Amazing Grace te spelen. In tal van variaties improviseert hij op het thema. Het stuk ketting dat wordt vast gemaakt aan het Bellegemse springtouw, staat voor het ontsluiten van die zones van de kerk, die met een gelijkaardige ketting voor toeristen worden afgezet. Door de ontsluiting kunnen kerken niet enkel hun kunsthistorisch patrimonium tonen, maar ook breder : de ziel van de geloofsgemeenschap die er woont. “Geloof beperkt zich niet in tijd en ruimte”. Digitale communicatie doet de grens van het fysiek aanwezig zijn in een specifieke ruimte (zelfs het klokvaste uur van een samenkomst) wegsmelten. Door, op een moment dat je voor jezelf de tijd maakt om je geloof te beleven, aan te sluiten bij een vierende gemeenschap, voedt je je zoektocht naar zin en richting. Het symbool dat ik mag mee nemen naar het volgende te bezoeken project, is compact maar veelzeggend.

Quid nunc viator?

Ook in Grimbergen besluit een maaltijd onze ontmoeting. De uitwisseling aan tafel met pater Karel, betrokken bij Quid nunc viator?, brengt ons snel bij de herinnering aan ons eerste contact.

Symbolisch, maar ook voor eigen plezier, fiets ik vanuit Grimbergen naar Mechelen. Toevallig passeer ik daarbij langs het (intussen voormalige) kantoorgebouw van waaruit Porticus werkt en ga er op zoek naar de bron van Space for Grace. De waterpartij aan de Porticus van Senneberg mag die rol vervullen.

Onze Lieve Vrouw over de Dijle is gesloten, zoals altijd op maandag. En Lier is dichterbij dan ik dacht. Waarom dan via Antwerpen de trein nemen?

Zo sluit ik Tracing Grace 2.0 af. Een verbindende aaneenschakeling van SfG-projectbezoeken, gespreid over drie etappes.

De deadline voor de derde projectoproep is intussen afgesloten. De 25 aanvraagformulieren werden overgemaakt aan de jury. Tegen eind januari ’22 weten we welke projecten aan de huidige lijst van 34 mogen worden toegevoegd. Ik ben er zeker van opnieuw een reeks van project-locaties op fietsbare afstand aan elkaar te kunnen schakelen, om de symboolestafette verder te zetten, met projectteams het gesprek aan te gaan en onderweg verhalen te sprokkelen naar wat mensen van vandaag ervaren als Amazing Grace. Het is in die ‘ruimte’ dat innovatie ontkiemt en de christelijke boodschap als voedingsbodem mag dienen. Space for Grace.

Kerstmis 2021