Kris woont langs het landbouwfietspad. In fietsparadijs Limburg geeft dat extra hoge scores! Verzameld onder een afdakje staan aan haar deur een schoolbord op kinderhoogte, en een aantal spreuken. Sinds corona hangen er, als in een etalage, kleine aardewerken figuurtjes. Hartjes, mooi gelakt en vernist. Iets voor moederdag. En je mag het zomaar meenemen. Een vriend van me, die er in de buurt woont, had al eens gepolst bij haar man: “Waarom staat er geen spaarpotje bij, voor een vrijwillige bijdrage?” Op zich toch een eervol voorstel als feedback voor apprecciatie? Maar voor Kris zou het daardoor aan de bedoeling voorbij schieten. Ze wil haar ‘bakseltjes’ hun weg laten vinden tot bij de mensen. 

“Er waren er vandaag weer 18 meegenomen”, zegt ze met van dat warme licht in haar ogen. Het is zondagmiddag, en ik mag er mijn ‘bestelling’ gaan afhalen. Mijn vriend had aangevoeld dat zij de geschikte persoon was om op zijn minst haar de bedoeling van mijn fietstocht uit te leggen. Dan kon ik nog zien of ik haar durfde te vragen om voor een souvenir kon zorgen.

Ik had vanaf het begin, toen ik Tracing Grace nog maar in potlood uittekende, al een ideetje voor een ‘souvenir’: een aarden kruikje met een parel er in, naar het bijbelvers: “Wij bewaren schatten in aarden kruiken.” Degene die ik er voor aansprak, had nog niet de technische mogelijkheden om het zelf uit te voeren. Dat Kris zelf een oven heeft, gaf natuurlijk mooie perspectieven. Maar daarmee had ik nog geen ‘ja’.

“Wij bewaren schatten in aarden kruiken.”

Die kreeg ik volmondig toen ik telefonisch mijn uitleg mocht doen. Vragend naar een manier van vergoeden, al was het maar voor het materiaal, of naar een goed doel, waarnaar ik dan iets kon overmaken, antwoordde ze “Dit is al een goed doel”.

Toen ik bij haar wegreed, zong Bart Peeters op de radio “Je gelooft niet wat een genstertje kan doen”