Nog maar onderweg naar het station...

Tracing Grace streeft geen heldendom na. Ik had me met de fiets van Herent naar St.-Truiden kunnen verplaatsen. Maar een luie ochtend met wat computerwerk goed gedaan.

Onderweg naar het station van Leuven steekt een fietser me voorbij. Hij scout mijn tandwielen en ketting en merktekens op dat ze dringend moeten worden. “Ze hebben ook al wat water gehad,” verontschuldig ik me, en het gesprek is vertrokken. Hij komt uit de human resources en is nu voltijds fietsenmaker in Mechelen. Hoe hij die bocht heeft kunnen nemen, snapt hij nog altijd niet, maar hij is er blij mee. “Amazing Grace misschien?”, vraag ik. Hij lijkt zich wat te voelen, glimlacht fijntjes om dat te verbergen. Zou mijn verhaal de liedtekst dan toch dichterbij kunnen staan ​​vanuit hij vermoedende? Het opzet van mijn tochtend, zag ik al vaker dat wenkbrauwen gingen fronsen. Dat was niet anders. Maar dat lachje geeft aan deze ontmoeting een ander einde.

Ik reis de wolken tegemoet. Een broodje etend, bleef ik nog gespaard van regen. Onder- weg even binnenglippen in de St.-Martenskerk, thuishaven van Oase, ging ook nog vlot, net als de weg naar de St.-Pieterskerk vinden. (22 jaar geleden verliet ik via deze zelfde oude ‘stadspoort’ St.-Truiden, mijn fietskar voorttrekkend waarin de 9867 handtekeningen lagen, die ik tijdens mijn voorstelling verzamelde in functie van de Jubilee2000-campagne, die de schuldenlastvermindering voor de Derde Wereld op de kaart zette in de vorm van de Tobintaks. Ik beschouw het nog steeds als het hoogtepunt van 25 jaar Wannes’ Verteltheater.)

De St.Pieterskerk dus. Op het terras van het café aan de andere kant van de straat werd ik uitgenodigd om er ene te komen drinken. Een fietsenmaker zoeken was mijn eerste prioriteit. Ik had nu nog tijd en de boodschap van de noodzaak van vet voor ketting en tandwielen liet me niet onberoerd.

Op de Chaussé d’Amour zat de dichtstbijzijnde. Jammer dat hij net op dinsdag gesloten was. Samen met die ontdekking begon het te druppelen. En feller te druppelen. Zo fel, dat ik toch maar een garage invluchtte waar een plaatselijke kweker zijn groenten aanbod. Het was te laat om nog te zeggen dat ik was droog gebleven. Ik was nog op tijd om niet doornat te zijn. Ik catalogeerde de situatie als de vierde keer dat ik ‘gewoon nat werd, naast de twee keer ‘echt nat’.

Nu was er al wel volk in de St.-Pieters. Juf Vera had de deur al open gedaan. Dadelijk zouden er twee klassen komen. Ze ging er dan wat mee werken, zoals ze nog gedaan had en waarvoor deze ruimte dus steeds vaker mocht dienen. De zanger was er ook al. Hij had zich met zijn oom, die ooit deelnam aan The Voice, toegelegd op tekst en toonzetting. In de rust van dit middaguur klonk zijn versie overtuigend. Als zijn (?) klasgenoten wat later toekomen, sluipt er wat aarzeling binnen. Of zou het toch zijn door het idee er een opname te willen maken? Maar juf Vera weet op een prachtige manier iedereen in zijn waarde te laten.

Ik maak wat kennis met dit klasje, vertel mijn wedervaren. Juf Vera helpt een gesprekje op gang en Mariet neemt over met een godlyplay-verhaal. Niet dat ik er zoveel ervaring mee heb, maar opnieuw charmeert de methodiek mij in de zeggingskracht. Stoere 13-14 jarigen hangen aan de lippen van de vertelster en laten zich verwonderen.

De volgende groep is wat ouder en vlotter ter taal. Uit de inhoudstafel van een boek (Was ‘t het boek Waarom? Van Kolet Jansen?) wordt een gespreksonderwerp gekozen. ‘Of verdriet en lijden alleen maar nadelen hebben’. Open en eerlijk als ze zijn vertelt één van deze leerlingen van HASP-O-Zuid, de BBO-school langs de kerk, in een eerste ronde over de breuk met zijn lief en wat dat voor hem betekent. Even later komt de diepere pijn naar boven en de zwarte gedachten waarmee hij enkele maanden geleden leefde.

Opnieuw is het juf Vera die vanuit elke leerling iets ter sprake laat komen: ze weet de juiste vraag te stellen, de juiste toon te zetten. Ze vindt de weg naar het hart van elk van haar leerlingen. Gaat het ene moment mee in de wereld van de jongeren, trekt het volgende moment hun wereld open naar een volwassener niveau. Het bezoek laat een heel warme indruk bij me na. Aan het stuk touw dat ik meekrijg, zijn een aantal vlaggetjes geregen. Het is een stukje versiering van het buurtfeest dat deze werkgroep in de kerktuin organiseert. Het is de drempelverlagende activiteit waarlangs de nieuwe invulling van het kerkgebouw straks de wijk zal kunnen binnensijpelen.

Tot slot komt een klasje ‘dupkes’ nog kijken naar de mooie kleuren in de (glas)ramen. De kinderopvang De Egeltjes faciliteert een aantal gezinnen uit de wijk. In andere wijken zouden sommige van deze kinderen thuisblijven. Dankzij de Egeltjes worden een aantal gezinnen dus ‘ontlast’ van een bepaalde zorg, is er een aantal uurtjes ‘rust’ in huis.

Als de kinderen zijn teruggekeerd, heb ik nog kort overleg met de projectverantwoordelijken. Geselecteerd worden voor Space for Grace is geen statisch gebeuren. Voortschrijdend inzicht kan het oorspronkelijk ingevulde dossier organisch doen evolueren in een andere richting. Hier heeft het te maken met ‘het proces in eigen handen nemen.’ Als projectcoördinator zijn het dit soort vragen en dit soort gesprekken waarmee ik de vinger aan de pols houd van wat er ter plaatse leeft.

De overdekte veemarkt biedt me onderdak voor de laatste bui van mijn tocht. De laatste rechte lijn naar huis wordt zo met 20 minuten vertraging ingezet.

Het is nog een mooie tocht door Haspengouw, met niet te veel hellingen en mooie stukken natuur.

Ten noorden van Hasselt is het de oude spoorweg waarlangs ik recht op recht de cirkel van mijn tocht ga sluiten. Op de plek waar ik, bij mijn vorige meerdaagse tocht mijn achteras brak - ik was nauwelijks 7 km vertrokken - herkent Jacky me. We vinden een verkeersveilige plek voor een post-coronababbel.

Op één kilometer van huis laten twee dochters onze Flap uit. Ze konden de ouderlijke woonst verlaten: hun welkomstversiering hing klaar.