Dag 6 Waregem

Onder een druilerig wolkendek fietsen we naar de kerk van de Biest, aan de rand van Waregem. De plaatselijke St.-Michielsbeweging vond er haar thuishaven. Uren vrijwilligerswerk werden er gerealiseerd, uren gemeenschapsgevoel werden er beleefd. Maar in het kerkenplan stond een andere bestemming voor het gebouw: de modernere architectuur nodigde de stad uit om er een sociaal ontmoetingscentrum van te maken. Was het dat dan al niet? Zou de drempel zo hoog zijn geweest? Vanuit mijn argument kon dat de redenen niet zijn, maar de beslissing werd goed genomen. De St.-Michielsbeweging moest verhuizen.

De biest is verwerkt

Na de eerste verwerking werd bewust gekozen om van de nood een deugd te maken. Het voormalige klooster van de Karmel werd verbouwd en uitgebreid als woonzorgcentrum. Als we vragen om daar te mogen intrekken. De belangrijkste accenten van de beweging liggen op ‘samen vieren’ en ‘inzet voor de medemens’. Door met de jongeren en de jonge gezinnen in te trekken in het woonzorgcentrum worden alle generaties weer vertegenwoordigd. Zowel in het vieren, als in de vriendschappen die kunnen ontstaan door een rolstoel te duwen, een wandelingetje te maken, contact te leggen.

Symbolisch stonden de jongeren ons dus op te wachten aan de kerk van de Biest. Ze vertelden wat ze er tot nu toe beleefd hadden. Fietsend zou ze ons begeleiden naar hun nieuwe stek. Ik legde de link tussen de naam van het gehucht en de biestmelk: de allereerste melk die een pasgeborene meteen meegeeft wat hij nodig heeft aan vitaminen en anti-stoffen. De kerk van de Biest had hun wellicht ook op één of andere manier een voedzame basis gegeven. Nu brak een nieuwe fase aan.

Het waren toch nog enkele kilometers, en ik moest het afleggen tegen de jeugdige onstuimigheid. Gelukkig wachtten ze me telkens op na een klim tegen het viaduct, zodat we mooi samen aankwamen. Het miezeren hield even op. Tijdens de viering zou het weer volop gaan regenen. Intussen nam ik afscheid van Luc en maakte ik kennis met Sofie. Wat heet kennismaken? Online hadden we elkaar intussen al vaker gesproken en ook in haar thuisbasis, de woordenwinkel Symposion in Brugge, hadden we elkaar al ontmoet. Ze was zelfs nog ‘een examenvraag’, toen inzet voor het vak Godsdienst niet in procesevaluatie werd vertaald maar met quoteringen op examenvragen.

Zij zou het proces van verweving mee begeleiden en kwam nu de lucht snuiven. Als vieren inderdaad belangrijk is voor de St.-Michielsbeweging, dan was deze opstart een goede barometer.

Het engagement van de orkestleden en de zingende jongeren, de levensbetrokken elementen en de inbreng van de voorganger -uiteraard- zorgden dat -ondanks het getik van de regen op het tentzeil, de geut water die af en toe uit een plooi ontsnapte en onverwachts wat voor gekletter zorgde op de stoepstenen- ook deze tweede Pinksterdag het waaien van de ruach Elohim tastbaar werd.

Om de samenwerking tussen de St.-Michielsbeweging en Curando te bezegelen, zou er een tulpenboom geplant worden. De juiste plek moest nog bepaald, en de regen was nu te hevig om provisoir een plekje te bepalen: zo gul als de regen, zo bloeiend mocht deze tulpenboom elke lente opnieuw haar hoop laten zien op wat nieuw was en om wat komen zou. De wijding ervan was, net als de ‘offergave’ van mijn koord, de uitleg van Amazing Grace en de vertaling van Wim Christiaens, één van de élementen die de rode draad doorheen de viering vormden.

Op aandringen van Sofie en na de ontdekking dat de deur helemaal niet op slot was, konden we de verbouwingen van de kapel gaan bekijken. Omdat er deze week een belangrijke werfvergadering was, probeerde Sofie nog zicht te krijgen op wat voor de St.-Michielsbeweging wenselijk was. Ze werden weliswaar pas in de loop van het proces betrokken partij, maar idealiter zou hun inbreng dan toch ook worden meegenomen in het grotere plaatje van inrichting en afwerking.

Ook hier bleven de medewerkers picknicken, en leerde ik informeel de mensen wat kennen. Een openbrekend wolkendek gaf perspectief op de namiddag: ik zou tot in Gent fietsen en daar de trein naar Mechelen nemen. Tot mijn overnachting in Herent had ik dan toch nog wat fietskilometers.

Bij elke trap in een station van overstap werd me hulp aangeboden door medereizigers om mijn fiets boven of beneden te krijgen. Amazing grace! Goed op dreef vanuit Mechelen kreeg ik nog een flinke regenbui over me heen. Tussen Kampenhout-Sas en Herent de steenweg volgend, -nat tot op de draad- ruikt bijna naar een heldendaad, maar dat viel wel mee.

Te mogen aankomen bij Jeroen en An en hun drie dochtertjes, als allereerste fietsgast ooit, was thuiskomen op een warme plek, waarbij een warme douche de ellende snel wegspoelde en de babbel in de avond de tijd deed vergeten.