Dag 3 Mechelen - Gent

De gulle ontbijttafel is een troostende gedachte bij het aangekondigde weer: feele wind en regenbuien. In de voormiddag kan het geen kwaad. Dan zijn we onderdak. Opnieuw in OLV de Dijle, waar nieuwe kazuifel wordt voorgesteld door de ontwerper. Assorti bij de vergulde vis op het altaar, het eerste artefact in moderne stijl. Bij de restauratie na WO II, begin jaren zestig, konden de liturgische vernieuwingen van Vaticanum II onderdompelen worden. Dat bevatten in dit granieten altaar met woord de Ixtus, zowel in beeld als in vorm aanwezig.

De uitvoering van Amazing Grace door Wannes Vanderhoeven, begeleid op het orgel door Jeroen Keymeulen, accentueert weer andere elementen, die het lied zo bijzonder maken. Zowel Jan Arnalsteen als deken Dirk De Gendt, beiden bevlogen sprekers, belichten de betekenis van de twee voor Space for Grace goedgekeurde projecten.

An Volckaert geeft de betekenis van het symbool dat ik mag meenemen naar de doopkapel. Bij het verlaten van de kerk speelt opnieuw een beiaard Amazing Grace.

Aan het station neem ik afscheid. Om me klaar te stomen voor een nieuw hoofdstuk neem ik een stoptrein van Mechelen naar Gent. Anderhalf uur helemaal niks.

Gent verwelkomt me met een buitje. Het fietsen parallel met de tramsporen vergt -mede daardoor- opnieuw een hogere concentratie. Het gewoon fietsen lukt me steeds beter. In dit soort situaties wordt de wolf van Gubbio in mij wakker: de angst om met mijn beladen fiets te vallen, al is de bagage wat gedoseerd: het overtollige is terug met Addy mee naar huis.

Als ik aankom bij de orthodoxe kerk, is de zon weer doorgebroken. De deur is op slot, maar ik herken in de arriverende fietser deken Jurgen François. Ik leerde hem kennen in 1992, toen ik, fietsend vanuit Vezelay, Taizé voor het eerst bezocht.

Het is aan de andere kant te doen, in het oude Elisabethbegijnhof. De fotograaf van Kerk&leven, de iconenschilder Joris van Ael, Henri, mijn logistiek ondersteuner, Dieter van Bellem, Joris Polfliet.. een voor een komen ze naar buiten. De fotograaf doet zijn werk. Morgenvoormiddag mag ik een icoon meenemen naar Labyrint. Touw en fiets worden mee in beeld gebracht.

In de orthodoxe doopkapel wordt duidelijk hoe de voorganger van Vader Dominique op zoek ging naar een lokale orthodoxie. Het uit zich nu in de afbeelding van een aantal Vlaamse heiligen in het grotere geheel van het doopthema, dat Joris van Ael hier in fresco’s uitwerkte. Hij is een ambachtsman, heeft zich de orthodoxe theologie eigen gemaakt en heeft naar een eigen stijl gezocht om in de traditie zijn eigen inbreng te doen. Wat hij zegt en duidt, is als dure, kostbare en smaakvolle wijn. Het Space for Grace-project zal er hier in bestaan dat die wijn ‘versneden’ wordt (in dit woord alleen al zit de pijn van misschien op één of andere manier te moeten inboeten) naar een drank die niet alleen voor fijnproevers geschonken wordt. Met de nodige introductie kan dat lukken.

Tijdens een kort gebedsmoment aan de andere kant van de straat, in de St.-Andreaskerk dus, smeden onder andere de persoonlijk in te brengen intenties verbinding. De vierstemmig acclamatie ontroert. De gezondheidstoestand van ons moeder wordt door de aanwezigen in gebed gedragen. Een glaasje in de ontmoetingsruimte geeft gelegenheid om kennis te maken met Veronique, die ook in het projectteam zit.

Nu kunnen Henri en ik op zoek naar onze overnachtingsplaats: het seminariehuis in de schaduw van de St.-Baafs. Als ik de clustersamenkomst technisch heb voorbereid, krijg ik verlof om het weekend in te zetten. Op een terrasje, niet ver van de deur, maar met goeie kost en een lekkere slaapmuts is de toch frisse avond best verteerbaar.