Dag 2: Meersel-Dreef - Mechelen

Ik ben op tijd om het ochtendgebed bij de Kapucijnen mee te maken. De app op mijn smartphone zal me wel doorheen het gebladerte van het brevier helpen. Maar ik loop al vrij snel vast. Dan maar actief luisteren. Er breekt een moment van stilte aan. Dat keer. Dat keer. Dat keer. In Taizé is het een oefening om tot rust te komen. Oud-leerling, toen nog leerling Anton Schuurmans getuigde er ooit van in de startviering van dat schooljaar.

Wat in Taizé een oefening is, is hier topsport: een half uur stilte. 

En als het gebed herneemt, herken ik de eerste psalm van op mijn app. Nu pas begint het ochtendgebed. Wat voorafging, heet dan lezingendienst. Wij leren bij.

Na het ontbijt leidt pater Kenny me door het Franciscaans belevingscentrum. Hij ontwerp de aanpak, maar is het een persoonlijke uitvoering. Zonder de oefening in alle details te ondergaan, merk je hoe goed het doordacht is. Het laagdrempelig deze aanpak is. Hoe inspirerend het bezoek kan zijn. Niet alleen voor jongeren, maar voor iedere leeftijd, ieder op zijn manier. Van de zeven accenten uit de spiritualiteit van Franciscus zijn er al vier verwerkt in voor elk een aparte brochure. De Ipad zal de gebruiker nog beter kunnen rondleiden in de rijkdom ervan.

Met broeder Igor we de opnames voor het touw maken-idee. Dan is het stilaan tijd om verder te fietsen. Een stralend zonnetje langs de Marke doet dampen. Maar als je dan hier en daar nog een filmpje wil maken, en een berichtje wil sturen, ben je een uur later nog niet zoveel verder. De toren van Hoogstraten, mij gisteren door Christa voor altijd geïdentificeerd gemaakt, is nog niet in het gezichtsveld aanwezig.

Aan een kapelletje stop ik. Een motard geniet er op een bankje van zijn drankje. Hij komt uit Schoten en heeft voor het eerst dit jaar zijn stalen ros van stal gehaald. Hij herkent Amazing Grace.

De grote baan kruisend en weer midden in de velden wordt mijn aandacht getrokken door een rij mensen die vrij systematisch een veld uitkammen. Ik wil eigenlijk weten waarom en waarvoor, en ik meen Italiaanse klanken te herkennen. Dat maakt het extra moeilijk om mijn verdachte te bedwingen. Maar tussen hun kansen fietsen, staan ​​een paar auto's met Roemeense nummerplaten. Misschien kost mijn nieuwsgierigheid me teveel tijd, en laat het mysterie dus maar een mysterie blijven. Een onbeantwoorde vraag.

Ik laat de verkoopplekken van fruit (aardbeien uit Hoogstraten!) links liggen, en krijg daar niet veel later hoe langer hoe meer spijt van. De tegenwind is niet zo sterk, maar wel aanwezig, en dat laat zich lezen op mijn energiebalans. In Brecht is een broodautomaat en met het bodempje van mijn bidons wordt dat mijn middagmaal: een paar sneden droog brood en een slok water. De overschot van het brood kan ik misschien ruilen voor het vullen van mijn bidons. Het vrouwtje aan de andere kant van de straat lijkt wel iets met het brood te kunnen: ze heeft een hond. “Het komt vers uit de automaat”, reageer ik nog vanuit mijn spaarzaamheid, maar schakel over naar mildheid: na een coronajaar zijn we getraind op argwaan voor alles wat onontsmet binnen wordt gedragen. Ze is moeilijk te been, en loopt me voor naar de keuken. Daar staat de overschot van een bereide en aan huis bezorgde maaltijd. Om de juiste deur naar buiten te kunnen kiezen, check ik even af. “Is het deze deur?” “Ja, want achter de andere zijn ze mijn man aan het masseren.” Ik neem het niet op als uitnodiging om er verder op in te gaan. Ik voel me een soort storend element tijdens het middagritueel. Empathie kan dan een averechts effect hebben, houd ik me voor.

Gelukkig is er wat verder hoeve-ijs. De batterijen worden er figuurlijk geladen in een gesprekje met de uitbaatster en het uitzicht over het malse gewas. Ik moet stilaan ook mijn timing in de gaten houden. Halve zessen in Mechelen, is ons gevraagd. Onderweg zal ik Addy wel tegenkomen. Hij fietst mij tegemoet als logistiek ondersteuner.

Mijn GPS speelt me ​​nog eens parten. Op 20 meter na niet voorkomen zijn, scheelt een boel als je aan deze kant van de vaart zit, en het had de andere kant moeten. Toch maar voorwaarts. Er lijkt geen groot verschil te zijn tussen en verder rijden. De route draait nu toch wat veel weg van de vaart. En de afstand tot het doel bleek weer rond de vijftig te hangen. Ik bereken de plannenelden die nodig zullen zijn om op schema te blijven. Maar doorheen St.Job in 't Goor fietsend, bereik ik weer de vaart en de afstand tot het reisdoel wordt herberekend. Dat er weer een getal van rond de veertig staat, stelt gerust.

Langs het water fietsen is toch altijd pittig. Op kop voelt zich een briesje aan als een mooie bries, en dat tal van olijke vijfenzestigplussers op hun elektrische fietsen wind mee richting St.Job rijdt zorgt voor een schril contrast. Maar ik volg de knooppunten richting Deurne, waar Addy in het Rivierenhof blijkt te zitten. Hij heeft zijn plas voor mij opgehouden, dat ik zeker niet voorbij kon fietsen. Nu mag hij op zoek naar bevrijding. Als een man een opmerking maakt over mijn fietsvlag, moet ik natuurlijk duiding geven.

De Antwerpse fietspaden binnen de bebouwde laten wat te wensen over: openingen tussen de betontegels trekken mijn achterste wiel in een spoor. De drukte van het verkeer vraagt ​​om extra aandacht. Ook Addy ervaart het als lichtstresserend. Op zoek naar aansluiting met het eerste knooppunt had hij al een tiental kilometer door Mechelen gemaakt, zonder echt vertrokken te zijn. Als dus de F1, de fietssnelweg tussen Antwerpen en Mechelen wordt toegevoegd en mijn GPS stuurt ons daar heen, dan sputteren we niet tegen. Soms moet je kiezen voor uitgaven. Wij zijn per slot van rekening aan het werk! (Ik toch.)

Bij het woonwagenpark aan de rand van de stad geven we een seintje aan onze gastheer Guido. Als directeur van de Koning Boudewijnstichting heeft hij wel vaker ontvangstcomité gespeeld, lijkt me. Hij filmt onze aankomst en samen met Mimi ontvangt hij ons hartelijk. Bed en douche staan ​​ter beschikking. Even moeten we klaar staan ​​voor het avondmaal bij An en voor het avondprogramma. We maken kennis met Jan Arnalsteen, de pastoor en hebben een smakelijke maaltijd, met hemelse modder als dessert.

In de mooie gotische Onze Lieve Vrouw over de Dijle wachten de projectteams ons op. Bij hen ook Myriam Heeremans, die na de verwelkoming door Guido Knops het communicatieproject voorstelt en Chantal Vanhuffel. Onder de aanwezigen is ook Bert de Leenheer, die als specialist vanuit Galerie Transit een sterk duo vormt met specialist An Volckaert. Hij geeft ons wat uitleg als wij (de Rubensiaanse Jordaens, of is het de Jordaense Rubens?… Soit :) de wonderbaarlijke visvangst van dichtbij mogen bekijken, met hetzelfde enthousiasme als waarmee hij een volgende aankondigde en beschreef. Het is een mooie avond en ronden het af met een laatste glas in onze 'refugio'.